Een 'Next Tropospheric Mission' is een missie die zich kan richten op het meten van de samenstelling van de lagere delen van de atmosfeer (de troposfeer) vanuit de ruimte.
Deze missie moet de opvolger worden van de eerdere Sciamachy en het Ozone Monitoring Instrument (omi).

OMI metingen tonen het 'gat in de ozonlaag' rond de zuidpool (data KNMI)
De Dutch Space-bijdrage bestaat uit de ontwikkeling van een instrument gebaseerd op de technologie die is gebruikt bij Sciamachy en omi. Daarbij is passieve spectroscopie gebruikt in golflengte gebieden tussen 300 en 2400 nm, in een breed beeldveld in een strook onder het satellietpad. Om diep te kunnen doordringen in de troposfeer is het nodig om kleine beeldelementen te gebruiken: alleen hiermee kan een voldoende onbewolkt deel van het beeld worden verkregen en is een nauwkeurige bepaling van bronnen van vervuilende gassen mogelijk.
De sporengassen waar de missie zich op kan richten zijn ozon, NO2, HCHO, waterdamp, SO2, aërosolen (waarvoor de optische diepte, type en absorptie-index zullen worden bepaald), CO en methaan. Dit draagt bij aan wetenschappelijke vraagstukken op het gebied van luchtkwaliteit en klimaat. In een traject van 'call for ideas' en industriële voorstellen zal naar verwachting een definitief missieconcept ontstaan.
Dutch Space zou de kennis en ervaring kunnen inzetten die afkomstig is van de Sciamachy en omi projecten om een nieuw instrument van wereldklasse te realiseren.